Dankzij de industrialisatie deden zich in de 19de eeuw in Europa dramatische veranderingen voor: de aanleg van spoorlijnen, het ontstaan van een proletariaat, de groei van de middenklasse, de komst van de fotografie. Dit noopte kunstenaars tot reflectie: nu ze niet langer het monopolie bezaten op afbeeldingen, wat bleef er dan over? Het keurslijf van de academie werd steeds meer als knellend ervaren en men ging op zoek naar onderwerpen die aansloten bij de ‘nieuwe’ tijd. Het leven in de moderne metropool leek bij uitstek geschikt, maar ook kon men de trein nemen naar het platteland, waar behalve het landschap, ‘exotische’ motieven als landarbeiders en vissers onderwerp van schilderkunst werden. Deze nieuwe thema’s vroegen om een nieuwe vorm van schilderen, die de werkelijkheid niet fixeerde, maar juist vluchtigheid en beweeglijkheid tot uitdrukking bracht. De komst van kant en klare verf in tubes hielp hierbij, maar kunstenaars maakten in toenemende mate ook gebruik van fotografie.
In deze cursus volgen we de opkomst van het impressionisme in Frankrijk: in Barbizon en de ‘hoofdstad van de 19de eeuw’: Parijs. Als de nieuwe stijl in Frankrijk is doorgebroken, volgt in snel tempo de rest van de wereld, mede geholpen door de internationale kunstmarkt. Toch is het geen slaafse navolging: in veel landen komen kunstenaars tot heel eigen vormen van impressionisme.
Op dit moment kun je je niet meer inschrijven voor deze cursus.